Floskaartjes

Een vergeten kaartspel uit de Nederlanden

 

Van de keizer tot de dood*

 

Haeghen  - floskaartjes.JPG (3615833 bytes)Een velletje floskaartjes stelt in 36 genummerde afbeeldingen de traditionele standen en beroepen voor, telkens met man en vrouw. Het vel eindigt met het leven en de dood.
De nummers 23 tot 36 tonen de adel en de clerus; de hoogste maatschappelijke standen.
Het paar "bisschop" en "bisschopsvrouw" zorgde voor problemen in het katholieke zuiden, de vrouwelijke pendant van de bisschop werd er abdis of meid genoemd.
15 tot 22: militairen en jagers, gewapende lieden in dienst van de adel.
3 tot 14: de groep van knechten, boeren en kooplui,
Tenslotte het onderste paar: het leven en de dood.
Floskaartjes presenteren een netjes gerangschikt overzicht van de klassenmaatschappij, iedereen op zijn of haar plaats en de man een nummer hoger dan zijn vrouw.
Floskaarten tonen een strakke sociale hiërarchie, ze tonen evenzeer de grote democraat, namelijk de dood. Koning, keizer, admiraal, dood gaan we allemaal. Hij heeft het laatste woord, tegen hem helpt geen rang of stand, hij is niet te ontkomen en gratis. Floskaarten vormen een dodendans, een "memento mori" in de vorm van een kaartspel.
Hendriksen 3 - floskaartjes - kopie.JPG (248289 bytes)

Centsprenten met floskaartjes waren populair in de Nederlanden in de 18de en 19de eeuw. Meer dan dertig uitgevers van centsprenten of "mannekensbladen" hebben een versie in hun assortiment. De bekende drukker J. Noman uit Zaltbommel biedt zelfs 4 verschillende edities aan. Ook de Tumhoutse drukkers produceren de kaartjes, onder meer Brepols, Delhuvenne, Glénisson & Van Genechten (later ook apart) en Beersmans-Pleek. De kaarten circuleren onder verschillende namen zoals "floskaartjes", "schipperskaartjes", "flikjes", "pentertjes" of "dood en leven". De herkomst van het woord "flossen" blijft onbekend.
De kaarten vallen niet op als drukwerk van grote klasse. Ze zijn op minderwaardig papier gemaakt en de drukblokken blijven in gebruik zelfs nadat hun tekening door veelvuldig gebruik is afgesleten. Voor kinderen, de belangrijkste afnemers van deze vellen, gelden blijkbaar mindere kwaliteitsnormen. Een vel floskaarten is niet bedoeld om te bekijken of om tegen de muur te hangen. Kinderen kleuren de kaarten met de hand in, plakken ze op steviger papier en knippen ze uit. Pas dan hebben ze een volwaardig spel in handen. De handel levert overigens ook met sjablonen ingekleurde exemplaren. De verkoopprijs schommelt in Nederland in 1849 per ongekleurd vel tussen l en 2 centen, een met waterverf gekleurd vel kost l cent meer.

Het kaartspel flossen, speelwijze & enkele variantenLanbGesticht 23 - floskaartjes.JPG (3980999 bytes)
Hoe flos je? Spelregels en enkele varianten komen uit de oude doos want het flossen is intussen uitgestorven! Het aantal spelers bedraagt 2, 3 of 4. Je speelt voor een inzet. Bij het begin van het spel trekt iedere speler één kaart. Wie de laagste kaart heeft, schudt en deelt de kaarten. De rangorde van de kaarten loopt van hoog naar laag volgens de nummers op de kaarten. De koopmansvrouw met nummer 13 is bijvoorbeeld hoger dan de bode met nummer 12, die zelf hoger is dan zijn vrouw, met nummer 11.Met 2 of 3 spelers kaart ieder voor zich. Elke speler krijgt 8 kaarten, de rest wordt omgekeerd of "gedekt" op tafel gelegd als stok. Kaart je met 4 spelers, dan vormen de over elkaar zittende spelers een paar. Met 4 krijgt elke deelnemer niet 8 maar 9 kaarten.
Het spel verloopt in slagen: iedere spelers speelt om beurt één kaart uit, net zoals bij whist of bridge. Hier geldt eveneens de rangorde van hoog naar laag volgens de nummering op de kaarten. Wie de hoogste nummer uitspeelt, wint de slag. Bij elke slag neemt iedere deelnemer een kaart van de stok tot deze is opgebruikt.
Zijn alle kaarten gespeeld, dan is het spel afgelopen. Wie de meeste slagen heeft, wint de pot met inzetten.
Varianten
• Bij het flossen met 2 bestaat ook "roem". Roem heb je als je zowel de man als de vrouw van dezelfde klasse krijgt, bijvoorbeeld boer én boerin of graaf én gravin. Roem komt voor als je een kaart van de stok neemt. Heb je roem dan mag je het paar afleggen en de 2 kaarten vervangen door 2 anderen van de stok. Een afgelegd paar geldt als een behaalde slag.
• Ook "troef wordt gebruikt. Een 18de-eeuwse bron uit Leiden spreekt van 3 troefkaarten, genaamd "slint" en "bul" (leven en dood) en "tris" (de keizer). Deze troeven gaan vanzelfsprekend boven de andere kaarten. Bij de troeven is de keizer de hoogste, de dood de laagste!
• In Zutphen, Noord-Holland en Zeeland worden zelfs meer troefkaarten gebruikt, namelijk de nummers l tot 12. Hierbij geldt een afwijkende en ongebruikelijke rangorde: de bode slaagt de keizer, de vrouw de man, tenslotte ging de dood boven alles. Deze hiërarchie staat haaks op de nummering van de kaarten, een omgekeerde wereld dus!
• In Noord-Holland kent het flossen nog een bijkomende troefkaart. Na het delen wordt de bovenste kaart van de stok omgedraaid, deze kaart is de dertiende troef, tenminste als de kaart een nummer heeft tussen 13 en 36. Je mag de kaart van de stok nemen en inruilen tegen nummer 13, de koopmansvrouw.
• In Zeeland worden alle kaarten uitgedeeld. Na de partij nemen de spelers hun kaarten en tellen ze de nummers van de kaarten. De speler met het hoogste totaal is de winnaar, niet de speler met de meeste slagen.
• Vlaanderen gebruikt floskaartjes om de "koning" aan te duiden tijdens driekoningen (6 januari), het traditionele grote kinderfeest. De deelnemer die koning wordt, is die dag de baas en kan ook de volwassenen opdrachten geven die ze trouw moeten uitvoeren.
 

* zie: Schultz Jacobi over floskaartjes als dodendans

Centsprenten met floskaartjes

Contact SGKJ: hetoudekinderboek@gmail.com ; website: centsprenten@xs4all.nl.  © 2001-2015 A.G.J.M. Borms. Bijgewerkt op 16 april 2015. Overname, kopiëren en downloaden voor niet-commercieel gebruik van teksten en afb. is toegestaan onder vermelding van bron SGKJ/AGJMBorms. De Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur is een algemeen nut beogende instelling; bijdragen komen in aanmerking voor (verhoogde) belastingaftrek.